Deze website maakt gebruik van cookies Meer info? Verberg deze melding

Onderwijsveld niet ontevreden over nieuwe begroting

De presentatie van de miljoenennota van dit demissionaire kabinet kon rekenen op scepsis, maar het onderwijsveld reageert niet ontevreden op de onderwijsbegroting voor 2018. Vooral de 270 miljoen euro voor de verbetering van en nieuwe afspraken over de arbeidsvoorwaarden voor het primair onderwijs wordt gewaardeerd. De lerarenvakbond AOb wijst er wel op dat het onderwijs de komende jaren nog honderden miljoenen tekort.

‘Geen 1,4 miljard, wel 270 miljoen euro’, schrijft de PO-Raad in zijn persbericht. De raad noemt het ‘een eerste stap in de goede richting’, maar dit is ‘nog geen eindstation.’ Met de 270 miljoen euro komt het kabinet voorzichtig tegemoet aan het primair onderwijs, waar een fors lerarentekort dreigt. Om het beroep van leraar aantrekkelijker te maken en te houden voor zittende en nieuwe leraren, voeren werkgevers en werknemers al tijden actie voor meer salaris en minder werkdruk voor de werknemers in het po. Met een bijbehorende prijskaartje: 1,4 miljard euro, aldus de berekening van het PO-front - waaronder de PO-Raad – .

Op 5 oktober staat een algemene onderwijsstaking en een demonstratie in Den Haag gepland, omdat de bonden vinden dat het ‘code rood’ is. Over de 270 miljoen euro zegt Rinda den Besten, voorzitter van de PO-Raad, in het persbericht: “Geen vetpot, maar wel een eerste stap en een teken dat onze oproep wordt gehoord. Het is zaak dat een nieuw kabinet nu doorpakt. Laat deze eerste stap geen laatste stap zijn.”

Blijven investeren
Ook de VO-raad is tevreden met de extra middelen voor het primair onderwijs. De raad stelt in zijn persbericht het belangrijk te vinden dat er geïnvesteerd wordt in het onderwijs. “Het is voor het onderwijs steeds moeilijker om voldoende, bevoegde en bekwame docenten voor de klas te krijgen”, reageert VO-raad-voorzitter Paul Rosenmöller. “We hebben nu al te maken met lerarentekorten in het basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs. De samenleving moet daarom blijven investeren in de aantrekkelijkheid en het imago van een loopbaan in het onderwijs. Dat begint bij docenten een salaris te bieden dat past bij de uitdagende baan die ze hebben en die veel van hen vraagt. Daarnaast is het belangrijk om de hoge werkdruk van docenten aan te pakken.”

De raad wijst erop dat de onderwijsbegroting structureel een tekort van ongeveer 500 miljoen euro telt, veroorzaakt door tegenvallers en hogere leerling- en studentenaantallen dan verwacht. Vanaf 2019 geldt een tekort van 415 miljoen, aflopend naar 338 miljoen in 2021. ‘Feitelijk wordt het probleem op de Onderwijsbegroting dus doorgeschoven naar het volgend kabinet’, aldus de VO-raad.

Bezuinigingsplannen
Ook de lerarenvakbond AOb wijst op het structurele tekort. In 2018 past het ministerie van Financiën de helft bij, waardoor het gat dat onderwijsminister Bussemaker het eerste jaar achterlaat 244 miljoen euro is. In de jaren daarna loopt dat probleem op tot ruim 400 miljoen euro. ‘Het nieuwe kabinet moet daar bezuinigingsplannen bij bedenken’, schrijft de AOb op zijn website. ‘De problemen zijn ontstaan door hogere studentaantallen, scholieren die langer doorleren en een nog steeds niet ingevulde bezuiniging uit eerdere jaren.’

Studievoorschot
Hogescholen zijn positief dat de eerste opbrengsten van het studievoorschot in de begroting voor 2018 zijn opgenomen. “Om de voorinvesteringen in onderwijskwaliteit te continueren is dit noodzakelijk”, aldus Thom de Graaf, voorzitter Vereniging Hogescholen. “Wij roepen het nieuwe kabinet op de opbrengsten van het studievoorschot ook de komende jaren in te zetten zoals eerder is afgesproken, en de tegenvallers op de OCW-begroting op te lossen. Studenten betalen meer voor hun studie en verwachten met recht dat deze middelen ingezet worden voor de kwaliteit van het hoger onderwijs.”

Daarnaast noemt Thom de Graaf het extra geld dat komend jaar wordt uitgetrokken voor salarissen van basisschoolleraren: “Terecht”. Hogescholen steunen de acties voor meer salaris voor basisschoolleraren. Die 270 miljoen euro vindt de Vereniging Hogescholen dan ook een positieve stap. “Het leraarsvak meer waarderen is van belang voor het imago van de sector, voor onze toekomstige instroom en voor onze afgestudeerde Pabo-studenten”, aldus Thom de Graaf.

Bronnen:
PO-Raad
VO-raad
AOb
 

 


Archief