Deze website maakt gebruik van cookies Meer info? Verberg deze melding

Algemene Rekenkamer kritisch over investering HO

Het is niet waarschijnlijk dat de instellingen de toegezegde 600 miljoen euro aan extra investeringen in de kwaliteit van het onderwijs volledig hebben gerealiseerd. Dat stelt de Algemene Rekenkamer in zijn onderzoek ‘Voorinvesteringen en medezeggenschap hoger onderwijs’. Voorzitter van de Vereniging Hogescholen Thom de Graaf benadrukt dat hogescholen juist fors hebben geïnvesteerd in de kwaliteit van het onderwijs door hun reserves stevig aan te spreken.

De Algemene Rekenkamer (ARK) vroeg universiteiten en hogescholen in het kader van het onderzoek welke investeringen ze hebben gedaan. In totaal kwam dat bedrag op 860 miljoen euro. Deze investeringen zijn in de periode van 2015 tot en met 2017 gedaan om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. De ARK toetste de investeringen en is tot de conclusie gekomen dat slechts een derde van de opgegeven 860 miljoen euro (280 miljoen euro) vast staat dat het binnen het vastgestelde kader viel van de toezegging. Circa 250 miljoen euro (29 procent) voldeed volgens de AKR niet aan de criteria. De overige 38 procent (330 miljoen euro) zou niet te achterhalen zijn.

Globale afspraken
De Vereniging Hogescholen schrijft in een brief aan de ARK op hoofdlijnen een bevestiging te zien van de positieve resultaten die zijn bereikt dankzij de vrijwillige toezegging van het hoger onderwijs. Wel worden vraagtekens gezet bij de strikte definities die de ARK in zijn eindrapport hanteert. De afspraken die met de minister van Onderwijs in 2014 zijn gemaakt, hadden volgens de Vereniging Hogescholen een globaal karakter, waarbij een decentrale invulling met eigen keuzes voor elke hogeschool mogelijk was.

Plannen bijstellen
‘Het is niet meer dan logisch dat de hogescholen op basis van de financiële omstandigheden voortdurend hun plannen bijstellen’, schrijft de Vereniging Hogescholen aan de rekenkamer. Hogescholen hebben immers te maken met veranderende omstandigheden, zowel in het aantal studenten als in de financiële ruimte die de overheid biedt. ‘Daarboven achten wij niet het exacte bedrag van belang maar het feit dat het hoger onderwijs de afgelopen jaren heel nadrukkelijk een beweging in gang heeft gezet waarbij de strategische keuzes bepaald worden door de specifieke context van elke afzonderlijke instelling.’

Goede lessen
De Vereniging vindt dat uniforme, van bovenaf opgelegde indicatoren en definities niet passen bij eerdere afspraken en de huidige praktijk van decentrale aanpak. Toch nemen de hogescholen de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer ter harte om in dialoog met de medezeggenschap de volgende stappen vorm te geven. “De aanbevelingen uit het rapport van de Algemene Rekenkamer bieden niettemin goede lessen voor de toekomst”, aldus voorzitter Thom de Graaf.

Bronnen:
Rapport Algemene Rekenkamer
Vereniging Hogescholen
 

 


Archief